Ingrediënten:
| 2 hazeruggen (4pers) | Kleine ui |
| Wortel | 4 gekneusde jeneverbessen |
| 1 takje tijm | 1 laurierblad |
| Peper en zout | 1 stengel selder |
| 1/2 eetlepel bloem | 1 laurierblad |
| 2 jonagold appelen | Suiker |
| Veenbessen | 4 pijltjes witloof (kleine) |
| +/- 150 gr boter | 1 eetlepel rode bessengelei |
| 5 cl jenever | 3 dl wildfond (pot) |
Bereidingswijze:
Kook als eerst het witloof en laat afkoelen.
Haal met een fijn en scherp mes de vliezen van de rug. Kruid het vlees met peper en zout. Laat 50 gr. boter bruinen in een braadpan. Kleur de hazenruggen in een braadpan en steek ze daarna gedurende 10 minuten in de oven op 200 graden. Het vlees moet binnenin roze blijven. Houd warm onder een vel aluminiumfolie.
Snij de appels doormidden en hol ze uit. Vul de appels op met de veenbessen en de suiker, zet het hoedje er terug op en overgiet ze met gesmolten boter. Plaats alles in de oven op 200°C. Na ongeveer 10 minuter begint de schil zachtjes van de appel te zakken, de appel is nu klaar.
Laat het wiltoof even bakken in een pan en bestrooi met een beetje suiker of honing. Snij de wiltoofpijltjes in twee en verdeel over de 4 borden.
Snijd de groenten ondertussen in snippers. Smoor ze op een laag vuur in het braadvet van de haas en bestuif met de bloem. Voeg de bessengelei, de jeneverbessen, tijm en laurierblad toe. Giet de jenever en de wildfond bij de groenten. Laat 15 minuten indampen en zeef. Klop 100 gr. koude boter in klontjes door de saus. Laat niet meer koken.
Haal met een eetlepel het vlees van de beenderen. Snijd elke filet in schuine plakken. Dresseer op verwarmde borden samen met de appel en het witloof en schep de saus rond het vlees. Samen met een kroket of puree zal dit gerecht u hartelijk smaken.